Home Nieuws AIDI Resultaten Kwekers Referenties Artikels Contact

Artikels

Voeding en duiven
28-2-2020
 

Wie topsport een beetje volgt zal zeker al genoteerd hebben dat in welke sport dan ook hoe langer hoe meer aandacht geschonken wordt aan een gezond en evenwichtig dieet. Een gezond en evenwichtig voedingspatroon is één, twee is dat het dan ook nog eens precies afgemeten wordt. Voor en na een krachttraining zal ook andere kost gegeten worden dan voor en/of na bijvoorbeeld een duurtraining.
Duiven zijn natuurlijk geen mensen maar om heden ten dage met de toppers mee te komen volstaat het toch ook al lang niet meer om uw atleten zomaar naar lieve lust een paar graantjes, wat erwtjes en/of andere peultjes en een mix van zaadjes te laten verorberen.

Voor iedereen gelijk
Zowat iedere fabrikant kan beschikken over dezelfde granen, peulvruchten en zaden en iedere fabrikant kan die vervolgens  ook naar eigen wens of wens van de klant mengen. Dat daar een pak mogelijkheden voor handen zijn hoeft geen betoog. Belangrijk evenwel zijn de verhoudingen tussen vetten, koolhydraten en eiwitten. Koolhydraten en vetten als brandstof, eiwitten voor de opbouw, vitamines en mineralen als bescherming.

Talent versus wetenschap
Iedereen doet zijn best op zijn of haar manier om de gevleugelde vriendjes met de best mogelijke zorgen te omringen. Hoe goed en plichtsgetrouw je dat ook doet, de basis van alles zijn en blijven goede duiven. Als je Mathieu Van Der Poel door het veld ziet crossen is dat een lust voor het oog. Mathieu heeft ook nog een broer David. Goeie crosser ook en wat verzorging en training betreft kunnen we er wel van uit gaan dat beide mannen weten hoe en wat en wat en hoe. Toch, en ondanks dat, is en blijft Mathieu beter dan broer David.

Beter worden
Met duiven is dat al even simpel. Heb je 20 duiven op je hok met dezelfde begeleiding zal 1 daarvan op het einde van het seizoen de beste blijken te zijn en 1 er van de minst goede. Die 18 anderen hangen daar tussenin. Zaak is en blijft hard selecteren om op termijn beter te worden. Die goede duiven kan je dan mits een goed of beter systeem beter en op de top van hun kunnen laten presteren.

Wondermiddelen bestaan niet
Wat 10 jaar geleden goed was is vandaag de dag misschien niet goed genoeg meer. De wetenschap staat verder en de  begeleiding van topatleten wordt steeds nauwkeuriger opgevolgd. De juiste dingen op de juiste momenten en weten wat je wanneer waarom doet. Het kan helpen, zeer zeker, maar het eerste voer, of het eerste potje of flesje dat van een slechte duif een goed kan maken moet nog uitgevonden worden.
Eddy, is er iets nieuws of heb je iets nieuws?  Neen, mannen, nieuw kan misschien of zou misschien makkelijk kunnen maar het moet dan ook een meerwaarde betekenen in de begeleiding en ten goede komen aan het het welzijn en de prestaties van sportduiven. Net dat is niet zo evident! 
 
Calorieën tellen
Duiven verbruiken calorieën om te voorzien in hun lichaamsonderhoud, om op temperatuur te blijven, gedurende de dagelijkse trainingen, op de terugweg naar huis van wedstrijden enz. Afhankelijk van waarvoor calorieën “gebruikt” worden zullen de bronnen er van verschillen. Duiven die snelheidswerk onder de vleugels krijgen zijn vooral gebaat bij koolhydraten. Snelheidswerk kan voor België zowel  50 als 200 km zijn en ok, het noemt dan wel “vitesse”, maar tussen 50 en 200 km zit als ik goed kan rekenen nog altijd 150 km verschil. 

Juiste verhoudingen
Om 50 km op topsnelheid te kunnen vliegen zullen de verhoudingen tussen korte, middellange en lange koolhydraatketens net iets anders liggen dan om snel te kunnen vliegen en die hoge snelheid ook aan te kunnen houden voor 2u-2u30 à200 km, om maar een voorbeeld te geven.
Diezelfde regel geld ook voor 200-400 km, 400-600 km enz., tot en met overnachtvluchten al hebben we het daar natuurlijk al over vetverbranding.  Echter ook daar zijn de verhoudingen tussen de verschillende soorten vetzuurketens van groot belang.

Als algemene regel geldt:
Dat hoe sneller we onze duiven laten vliegen, hoe minder lang ze dat zullen kunnen volhouden. Verlagen we die snelheid door het voer aan te passen zullen onze beestjes die ook langer kunnen aanhouden. Vitesseduiven hebben er evenwel niets aan uren door te kunnen vliegen als die “vliegduur” de snelheid afblot en ze op minder dan een uur of +/- 2 uurtjes thuis zijn. Een dag- of overnachtfond duif er anderzijds ook niets aan 400-500 km snel te kunnen vliegen om vervolgens met een lege brandstoftank tank te komen zitten. Liever en best trager maar met een veel groter actieradius. Gelukkig kunnen we die dingen door middel van de juiste voeding, al dan niet ondersteund door een paar bijproducten vrij makkelijk bewerkstelligen. Genetica, talent, geschiktheid enz. zijn en blijven uiteraard primordiaal. Van een vitesseduif maak je met het beste voer nooit een overnachtduif of omgekeerd.

Topliefhebbers
Laten wat dat betreft niets aan het toeval over en laten we wel wezen, dat is meteen ook de meest en enige goede ingesteldheid. De definitie van “best” mogelijke zorgen is echter ruim interpreteerbaar. Wat is goed, wat is beter en wat is best? Feit is dat meer en meer liefhebbers zich realiseren dat duiven voederen al lang geen “natte vingerwerk” meer is. Goed voer en goed voederen beïnvloedt in bijzonder grote mate èn de gezondheid èn de prestaties. Een goed uitgebalanceerd dieet is dan ook meer dan ooit essentieel om optimaal trainingsrendement en presteren toe te laten.


Evenwichtig en gevarieerd voedsel
Is altijd wel belangrijk maar het spreekt voor zich dat voor dieren die intensief getraind en gespeeld worden er andere noden zullen zijn dan voor bijvoorbeeld duiven die dag in dag uit in volières verblijven. Veel trainen, weinig trainen, korte afstand, langere afstand, wekelijks, tweewekelijks of misschien om de drie weken een vlucht, allemaal verschillende omstandigheden die vervolgens dus ook verschillende noden creëren. De voeding dient telkens weer afgestemd op de trainingsschema’s en geplande wedstrijden om een zo hoog en efficiënt mogelijk rendement te verkrijgen.
Toch zijn er, welke omstandigheden dan ook, een paar basisregels waar we niet omheen kunnen. Koolhydraten, vetten, eiwitten, vitaminen, mineralen, sporenelementen, aminozuren, vetzuren, antioxidanten, ruw vezels onder andere zijn heel belangrijke dingen hierin. Wetenschappelijke onderzoeken en testen staan wat dat betreft niet stil en tonen onomkeerbaar de prestatie verhogende effecten aan. De juiste dingen op het juiste moment kunnen een wereld van verschil betekenen. Het is mede de verantwoordelijkheid van voederfabrikanten de liefhebbers daarover gepast te informeren.


Vetten zijn de absoluut belangrijkste brandstof voor sportduiven
Vetzuren in de voeding zijn een zeer belangrijk onderdeel voor onze gevleugelde atleten. Ze zijn de belangrijkste brandstof voor onderweg maar vooral en al evenzeer ook essentieel voor een goede gezondheid. Nog belangrijker daarin is de juiste vetzuren in de juiste verhoudingen te voorzien. Gelukkig wordt daar de laatste jaren vrij intensief wetenschappelijk onderzoek naar verricht en dat werpt zijn vruchten af in de moderne postduivenvoeding.

Weerstand en gezondheid
Duiven gaan er niet per definitie sneller van vliegen, wel langer snel maar wat vooral belangrijk is, is dat ze een betere weerstand opbouwen en daardoor ook veel makkelijker gezond blijven. Dat is een eerste en absoluut fundamentele voorwaarde in de opbouw naar conditie en vorm toe. Een sporter met een wankele gezondheid of een atleet die het wat zijn voeding betreft niet zo nauw neemt, zal nooit ofte nimmer de top bereiken.
Energie die “verspild” wordt om het lichaam gezond te houden is bij wijze van spreken verloren energie, in die zin dat duiven met een organisme in een constant “gevecht” om gezond te blijven, nooit kunnen de juiste conditie en vorm opbouwen om op een constant hoog niveau te presteren. Ze herstellen minder goed van trainingen en na de vlucht, en dan zitten we al snel in een degeneratieve spiraal. Beter te voorkomen dan te genezen dus.

Er zijn verschillende soorten vetten
En elk hebben ze wel hun verschillende functie en eigenschappen. Het is een vrij “technisch” verhaal waar we even kort doorheen gaan maar wat u nadien al even makkelijk en even vlug weer mag vergeten.
We kennen verzadigde vetzuren, en er zijn onverzadigde vetzuren. Onverzadigde vetzuren kunnen we onderverdelen in enkelvoudig of meervoudig onverzadigde vetzuren. Afhankelijk van de plaats waar de eerste onverzadigde binding zit spreken we van respectievelijk omega-3, omega-6 of omega-9 vetzuren. Er zijn korte, middellange en lange vetzuurketens. De lengte er van wordt bepaald door het aantal koolstofatomen.
Van belang daar van voor ons is dat naargelang de lengte van die vetzuurketens ze respectievelijk sneller of trager verbranden en ze anders door het lichaam verwerkt en aangewend worden. Nog van belang voor ons en in dit geval is dat omega 3 en 6 vetzuren essentiële vetzuren zijn. Dat betekent dat het lichaam ze niet zelf kan aanmaken en we er dus voor zullen moeten zorgen dat onze duiven er voldoende van ter beschikking krijgen via hun voeding. Een goed samengesteld voer heeft al een goede omega 3- 6 verhouding en die kunnen we nog optimaliseren door het gebruik van juiste bijproducten.

Korte, middellange en lange vetzuurketens
Van belang voor ons is te weten dat langere vetzuurketens moeilijker verbranden en voor de duif als energie aan te wenden zijn dan bijvoorbeeld middellange vetzuurketens. Nog een verschil is dat een relatief groot deel van die lange vetzuurketens om uiteindelijk als energie en brandstof voor de spier te kunnen dienen, getransporteerd moeten worden door carnitine. De voorraad daarvan is beperkt en we kunnen carnitine wel toevoegen, maar dat op zich is dan weer een andere discussie.
Lange vetzuurketens worden meestal ook voor een gedeelte opgeslagen als lichaamsvet. Dat betekent extra gewicht en voor dieren die zich door de lucht voortbewegen is dat eerder een nadeel zal u wel begrijpen.

Dierlijke vetten ↔ Plantaardige vetten
Duiven zijn beperkt in het opnemen van dierlijke vetten. Duiven zijn immers planteneters. Bovendien bevatten dierlijke vetten zoals bij voorbeeld schapenvet en kaas hoofdzakelijk verzadigde vetzuren. Buiten het feit dat ze amper opgenomen worden, kunnen ze zelfs ondanks intensief trainen en frequent wedstrijden vliegen maar moeilijk en amper gedeeltelijk aangewend worden als brandstof. Ze worden hoofdzakelijk opgeslagen als lichaamsvet en daarvan is geweten dat het niet per definitie de meest rendabele brandstof is.

Opname
Gelijk welke soort vetten dan ook kunnen maar beperkt opgenomen worden door duiven. Het heeft helemaal geen zin mengelingen samen te stellen met een hoger vetpercentage dan +/- 15 %. Een te hoog vetpercentage impliceert bovendien meteen ook een relatief hoog eiwitgehalte. Dat zal op relatief korte termijn belastend voor het organisme zijn en een rem op optimaal presteren.
Omega-6 en ontstekingen
“Uitschieters” en hoge bronnen van omega zes vetzuren die in duivenvoer verwerkt worden zijn onder andere zonnebloempitten en cardi. Omdat we ook deze essentiële vetzuren nodig hebben, dienen we ze beperkt in de mengeling ter beschikking te stellen. Ze zijn bij te hoge doseringen, als we de vergelijking zouden maken, eigenlijk wat “fastfood” voor ons mensen is. Reden te over om die “met verstand” aan de mengelingen toe te voegen, zodat er een juiste balans ontstaat.

Concreet
Proberen we in een mengeling de omega-3 vetzuren absoluut te laten primeren. Ze zijn niet alleen een uitstekende energiebron maar zorgen voornamelijk voor een betere gezondheid en weerstand. Goede bronnen voor onze duiven zijn onder andere lijnzaad en lijnzaadolie, hennep en hennepolie, walnoten en walnootolie of visolie
Proberen we omega-6 vetzuren zoveel mogelijk te beperken. Als energiebron of brandstof wel toereikend maar absoluut nefast voor een goede gezondheid. Een teveel werkt voornamelijk ontstekingen in de hand. Hoge bronnen van omega-6 voor onze duiven zijn bijvoorbeeld zonnepitten en cardi.
Zorgen we er voor geen energiemengelingen gebruiken waarvan het ruwe vetpercentage hoger is dan +/- 15 percent. Hogere opname is voor duiven namelijk niet verteerbaar wegens het ontbreken van een galblaas en hogere percentages verstoren ook alleen maar de meest gunstige omega-3  - omega-6 verhouding. Lecithine helpt niet echt om meer vetten, maar om sneller vetten op te slaan
Vermijden we dierlijke vetten wegens verzadigde vetzuren en nauwelijks opneembaar voor onze duiven.
Zorgen we er voor dat we een juiste samenstelling van extra vetzuren in de juiste verhoudingen onder de vorm van oliën gebruiken. Dat verbetert niet alleen de vetopname maar zorgt er tevens voor dat we een zo egaal en efficiënt mogelijke energietoevoer en verbranding verkrijgen. Ook de omega-3 omega-6 verhoudingen optimaliseren we er mee.

Eddy Noël

 
<<<
Nieuws
16-3-2020
Actualiteit op het duivenhok
>>>
9-8-2017
Prachtig Bourges-weekend: 15x top 100 provinciaal
>>>
24-7-2017
2 weken op rij 1e prijs!
>>>
Foto's